REGEN

Regen

Soorten regen

  • Motregen of miezer: Zeer fijne druppeltjes (kleiner dan 0,5 mm) die dicht op elkaar vallen en vaak het zicht beperken.
  • Regen: De standaardvorm met druppels groter dan 0,5 mm.
  • Stortbuien of plensregen: Zeer intensieve regenval waarbij in korte tijd veel water valt.
  • Bevriezende regen: Regen die vloeibaar valt maar direct bevriest zodra deze een koud oppervlak raakt, wat leidt tot ijzel.
  • Natte sneeuw: Een mengsel van half gesmolten sneeuw en regen.

    Regen of een bui

    Het belangrijkste verschil is de duur en de oorsprong.

    • Regen valt meestal voor langere tijd, soms wel uren. Het komt uit een dikke, grijze wolkenlaag die een groot gebied bedekt.
    • Een bui is kort en kan plotseling beginnen en eindigen. Buien komen uit losse, vaak donderachtige wolken; tussen de buien door kan de zon weer schijnen.

    Regenboog

    Een regenboog ontstaat wanneer zonlicht in een regendruppel schijnt en daar als een soort spiegel wordt teruggekaatst. Het witte licht van de zon wordt in de druppel gesplitst in alle kleuren die we kunnen zien. Omdat dit bij miljoenen druppels tegelijk gebeurt, zie je een prachtige gekleurde boog aan de hemel.

    De kleuren van de regenboog staan altijd in een vaste volgorde, van de buitenkant naar de binnenkant. Rood - Oranje - Geel - Groen - Blauw - Indigo - Violet.

    Andere regenweetjes

    • Geur: De specifieke geur die vrijkomt als het regent op een droge ondergrond, zoals in de zomer, heet "petrichor".
    • Snelheid: Regendruppels vallen met een snelheid van ongeveer 8 tot 32 kilometer per uur, afhankelijk van hun grootte.
    • Vorm: Regendruppels zijn niet traanvormig, maar bolvormig en aan de onderkant afgeplat, zoals een hamburgerbroodje.
    • Natste steden: In Nederland behoren plaatsen als Lelystad, Apeldoorn, Amstelveen en Zaanstad tot de natste steden.
    • Meten: Het KNMI meet al sinds 1906 de hoeveelheid neerslag.